Gazet van Zurenborg

  • Vergroot lettergrootte
  • Standaard lettergrootte
  • Verklein lettergrootte
Home Artikels “De oksels van de bok”

“De oksels van de bok”

E-mail Afdrukken PDF

 

 

“De oksels van de bok”: nieuwe dichtbundel van Annemarie Estor

“Schrijvers kunnen weinig meer dan legendes en overleveringen herschrijven”

Amper twee jaar na het verschijnen van haar eerste dichtbundel “Vuurdoorn me”, laat onze voormalige wijkdichteres een nieuw dichtwerk van de pers rollen. “Vuurdoorn me” had even tijd nodig om een publiek te veroveren, maar na lovende kritieken onder meer in de Poëziekrant en de Herman de Coninck Debuutprijs 2011 was de bundel gelanceerd. Onlangs nog kwam er een tweede druk van “Vuurdoorn me”.Twee jaar later verrast Annemarie opnieuw met een virtuoos geschreven episch gedicht: “De oksels van de bok.” (Jörg PYL)

Het boek werd voorgesteld in de stilaan vertrouwde locatie “De Groene Waterman”, in aanwezigheid van uitgever Koen van Gulik, poëzieredacteur Matthijs de Ridder en dichter- filosoof Ludo Abicht. Aan het einde van de boekvoorstelling las Annemarie Estor uitermate boeiend voor uit haar jongste werk, waarbij zij begeleid werd door het Afrikaanse percussie-ensemble Griotshitenge & Group.

LEEUW
Het epische gedicht handelt over een stomende liefde tussen Meanana en Izem. Izem is een wezen, half mens, half god en half dier. Vandaar ook de bok. De dichteres koos na lang twijfelen voor de naam Izem omwille van zijn klank, want voor Annemarie Estor moet poëzie ook steeds muzikaal klinken. “Ik heb lang naar een naam gezocht en vond die klank Z en M net niet te mannelijk en niet te vrouwelijk klinken. Want Izem heeft zowel mannelijke als vrouwelijke kanten. De naam Izem zelf betekent leeuw in het Arabisch en onderstreept nog eens de kracht van de Bok. Meanana of Mea Nana betekent zoveel als mijn lieveling. De kracht van de halfgod Izem is zo groot dat hij de ik-persoon Meanana meesleurt in zijn stroom. Zij neemt tegen beter weten in de normen van de bok Izem over. De derde persoon in dit verhaal, de Zwijger, met een hoofdletter, door Ludo Abicht in zijn toespraak als mogelijk über-ich aangeduid, symboliseert enigszins het geweten. Zijn zwijgen laat de ik-persoon reflecteren op zichzelf en vormt zo een tegenhanger van Izem, die als natuurkracht in wezen immoreel is en de ik-persoon in de war brengt over wat goed of slecht gevonden wordt. “

Heel die liefdesgeschiedenis is geschreven in een virtuoze taal die aanzet tot lezen in een sneltreinvaart. Annemarie Estor ontpopt zich hier tot een moderne Sheherazade die metafoor op metafoor opstapelt. Bovendien begint elk eerste vers in het midden van de bladzijde. Halverwege de volgende versregel begint een nieuwe zin. Deze waterval van enjambementen houdt de lezers strak zin zijn greep, die bij elke begonnen versregel al naar de volgende verlangt. Deze overdaad van metaforen en stijlfiguren stoort echter geenszins, maar verrijkt de tekst geweldig en straalt een enorme kracht uit. Hier is een groot taalvirtuoos aan zet. De neiging om het verhalend gedicht in een rotvaart te lezen, vormt tevens het gevaar dat de lezer alle onderliggende lagen van deze rijke tekst vergeet te ontdekken, want de bovenlaag alleen is meer dan de moeite waard.

DEMONEN
Heel het gedicht staat bol van verwijzingen naar archetypische teksten. Zo is er de verwijzing naar Ismaël, de oudste zoon van Abraham uit het Oude Testament en de Koran, maar ook de  passage van de Emmaüsgangers uit het evangelie volgens Lucas. “Iedereen die binnen deze cultuur is opgevoed, draagt deze archetypes met zich mee”, stelt Annemarie Estor. Maar er komen ook namen van engelen in voor, uit de apocriefe Nag Hammadigeschriften (door de kerk niet erkende Evangeliën) – die staan in het hoofdstuk “Een berg gestorven dieren”. Beluai en Mniarchon zijn zulke engelen of demonen die heersen over bepaalde lichaamsdelen. Het personage Izem draagt in zich ook het karakter van de Griekse god Dionysos (Latijn Bacchus), god van drank en chaos. Maar niet elk vreemd woord is even diepgravend. Muli ka paratha is bijvoorbeeld een Indiaas gerecht en kaâb leghzal betekent gazellehoorntjes, een Arabisch zoet gebak. Maar er is ook sprake van het land Ganumee, een ludiek woordspel voor “ga nu mee”. “Eigenlijk”, stelt Annemarie Estor, “kunnen schrijvers weinig meer dan die oude legenden en overleveringen herschrijven. Het is de kunst van moderne auteurs om oudere teksten terug leesbaar te maken en aan te passen aan deze tijd, zodat dit cultureel erfgoed voor ons niet verloren gaat.” Ook termen uit de geneeskunde en de computerwereld vinden een plaats in dit boek.

SEX
De liefdesgeschiedenis loopt echter niet goed af. Waar in de eerste gedichten de overmacht van Izem door zijn half goddelijke, half dierlijk, half menselijke status zo groot is dat Meanana zich volledig door hem laat meeslepen, komt daar halverwege het verhaal verandering in. De roes van in het begin verdwijnt geleidelijk, als zij via een soort zwart gat, alluderend op Alice in Wonderland, een andere wereld betreedt, waar ze hem ook van een andere kant leert kennen. Zij tracht, eenmaal weergekeerd, nog weerstand te bieden aan Izem, en versterkt hiervoor zelfs de muren van haar huis, maar ze blijft zijn bronstig geroep nog horen. De oksels die in het begin nog een veilige haven waren, stinken op het einde van het gedicht. De laatste hoofdstukken bevatten ook minder sex dan de eerste drie hoofdstukken. Wanneer Meanana Izem langzaam kwijtraakt, leidt de Zwijger haar, na al die exotische plaatsen als Kairouan en Kumbalgarh, naar Kalmthout, een symbolische plaats, waar rust gevonden kan worden. Toch zijn de karakters aan het einde zwaar beschadigd, getuige de laatste versregels: “En de bomen / zijn gestopt met ademen. We weten het. / Ze zijn als wij, zo kaal.”

BODEMS
Met de dichtbundel “De oksels van de bok”, die eigenlijk één lang verhaal is, krijgen de thema’s die in “Vuurdoorn me” waren aangeduid een meer consistente vorm. De erotiek van de vorige bundel treedt hier nog versterkt naar voren. Door gebruik te maken van een verhaalstructuur vormt dit gedicht een grote eenheid die enigszins doet denken aan de erotische verhalen uit duizend en een nacht. Maar de tekst zit zo vol met meervoudige bodems, dat men de tekst dikwijls kan herlezen en steeds iets nieuws kan ontdekken. Ook zonder alle verwijzingen te begrijpen, blijft deze bundel boeiend en komt die nooit pretentieus of belerend over. Mogelijk dat sommigen “De oksels van de bok” zullen ophemelen en anderen verguizen. Maar, om Oscar Wilde te citeren, “hoe meer tegengestelde meningen er over een kunstwerk bestaan, hoe groter het kunstwerk.”

ISBN 978 90 284 2445 6
http://annemarie.estor.nl
www.wereldbibliotheek.nl

 

Annamarie Estor tijdens de voorstelling van haar dichtbundel.  •  Foto's Jörg PYL

Laatst aangepast op maandag, 25 juni 2012 21:14  

Nieuwsflits

Morfo Drosakis stelt tentoon in het cultuurcentrum Berchem Nog tot 16 januari is er een derde tentoonstelling in het CCB van Kunstplatform De Muur.  Frederik Buyckx toont met de fotoreeks ‘Jesus,Make-Up and Football’ het echte leven in de favelas in Rio de Janeiro waar hij een tijdje onderdook.  Gazet van Zurenborg-fotografe Morfo Drosakis gebruikt fotografie dan weer als basis voor haar architecturale schilderijen waarin grens tussen abstractie en figuratie vervaagt. Jonge kunstenaars (tot 35 jaar) kunnen één keer per jaar meedingen om hun werk tentoon te stellen op ‘De Muur’Meer info : Demuur.kunst@gmail.com. CCBerchem, Driekoningenstraat 126,  Berchem  (YO VAN DEN BULCK)